Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:552. Voor de…
Centrale Raad van Beroep, 29 april 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:1652 · Centrale Raad van Beroep · 29 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-1652
Zaakgegevens
Op 29 april 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 april 2016
- Datum publicatie
- 4 mei 2016
- Zaaknummer
- 14/2321 WAO-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:1652
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:552. Voor de gerectificeerde tekst wordt verwezen naar ECLI:NL:CRVB:2016:1651.
Uitspraak
14/2321 WAO-R
Datum uitspraak: 29 april 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 februari 2016, 14/2321 WAO
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak met kenmerk 14/2321 WIA van
19 februari 2016 een kennelijke fout bevat. Het betreft de veroordeling in de proceskosten van appellant in eerste aanleg. Het Uwv is veroordeeld in de kosten van rechtsbijstand ten bedrage van € 992,- zijnde 2 punten. Op basis van het besluit proceskosten bestuursrecht dat is € 496,- had dienen te zijn aangezien appellant zich eerst ter zitting door een rechtshulpverlener heeft laten bijstaan.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 22 maart 2016 aan partijen meegedeeld.
Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 22 maart 2016 gestelde termijn van vier weken , in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat bij partijen geen bezwaren bestaan tegen de voorgenomen rectificatie.
OVERWEGINGEN
De juiste weergave van overweging 5 en de beslissing van de uitspraak 14/2321 WIA dienen te zijn als hieronder is weergegeven.
5. Gelet op de omstandigheid dat pas in hoger beroep een volledige en inzichtelijke arbeidskundige onderbouwing is gegeven voor het bestreden besluit is er aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. De kosten van rechtsbijstand worden in beroep begroot op € 496,- (1 punt) en hoger beroep op € 992,- (2 punten), in totaal € 1488,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- bevestigd de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 1488,-
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en in hoger betaalde griffierecht van in totaal € 166,-
(€ 44,- in beroep en € 122,- in hoger beroep) vergoedt.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak 14/2321 WAO als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst, in tegenwoordigheid van
R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2016.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) R.L. Rijnen