Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:211. Voor de…
ECLI:NL:CRVB:2016:1660 · Centrale Raad van Beroep · 26 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-1660
Zaakgegevens
Op 26 april 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 april 2016
- Datum publicatie
- 10 mei 2016
- Zaaknummer
- 14-3979 WWB-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:1660
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:211. Voor de gerectificeerde tekst wordt verwezen naar ECLI:NL:CRVB:2016:1659.
Uitspraak
Inhoudsopgave
14/3979 WWB-R
Datum uitspraak: 26 april 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 januari 2016, 14/3979 WWB
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Venlo (college)
PROCESVERLOOP
Het college heeft er schriftelijk op gewezen dat de uitspraak van 19 januari 2016 een kennelijke fout in de berekening van de proceskosten bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
Namens appellant heeft mr. S. Smeets bij brief van 16 maart 2016 laten weten akkoord te gaan met het voornemen van de Raad.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in de beslissing van de uitspraak ten onrechte is veroordeeld in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.976,-, terwijl appellant en zijn gemachtigde niet ter zitting in hoger beroep zijn verschenen.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissing herstellen door de uitspraak van 19 januari 2016 in even vermelde zin te rectificeren.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 19 januari 2016, 14/3979 WWB, als volgt:
- overweging 5 wordt gewijzigd in:
“Er bestaat aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellant in bezwaar, beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 992,- in bezwaar, € 992,- in beroep en € 496,- in hoger beroep, in totaal € 2.480,-.”
- de proceskostenveroordeling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.480,-.”
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van R.G. van den Berg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2016.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) R.G. van den Berg