Socialezekerheidsrecht
Geen bijstand met terugwerkende kracht. Zelfde gronden als in beroep.
ECLI:NL:CRVB:2016:196 · Centrale Raad van Beroep · 19 januari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-196
Zaakgegevens
Op 19 januari 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 januari 2016
- Datum publicatie
- 19 januari 2016
- Zaaknummer
- 14/3714 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:196
Samenvatting
Geen bijstand met terugwerkende kracht. Zelfde gronden als in beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
14/3714 WWB
Datum uitspraak: 19 januari 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
20 mei 2014, 13/3786 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Coevorden (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. H. Zahi, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2015. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Appellante heeft zich op 16 mei 2013 gemeld voor het doen van een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. Appellante heeft op het aanvraagformulier als gewenste ingangsdatum 27 februari 2013 opgegeven.
Bij besluit van 29 juli 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 19 november 2013 (bestreden besluit), heeft het college aan appellante bijstand toegekend met ingang van 16 mei 2013. Volgens het college is er geen sprake van bijzondere omstandigheden om de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 27 februari 2013 toe te kennen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe - samengevat
weergegeven - overwogen dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan aan appellante met terugwerkende kracht bijstand had moeten worden toegekend. Niet valt in te zien dat appellante zich niet eerder dan 16 mei 2013 had kunnen melden om een aanvraag in te dienen.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij niet in staat was om eerder een aanvraag om bijstand in te dienen.
4. De Raad komt de volgende beoordeling.
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank, en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, zoals onder 2 samengevat weergegeven, en maakt deze tot de zijne.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.G. Hink, in tegenwoordigheid van M.S. Spek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2016.
(getekend) G.M.G. Hink
(getekend) M.S. Spek