Socialezekerheidsrecht

Het Uwv heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, wegens niet verschoonbare overschrijding van…

Centrale Raad van Beroep, 27 mei 2016

Zaakgegevens

Op 27 mei 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27 mei 2016
Datum publicatie
1 juni 2016
Zaaknummer
15-8394 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2016:1987
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het Uwv heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, wegens niet verschoonbare overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.

Uitspraak

15/8394 WIA

Datum uitspraak: 27 mei 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

26 oktober 2015, 15/4490 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Beide partijen hebben de Raad toestemming verleend om uitspraak te doen zonder dat een zitting bij de Raad heeft plaatsgevonden.

Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.

Op 23 september 2014 heeft appellant een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Bij besluit van 3 februari 2015 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen omdat appellant op 11 februari 2004 niet verzekerd was ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA).

1.2.

Appellant heeft een bezwaarschrift, gedateerd 2 maart 2015, ingediend. Dit bezwaarschrift is door het Uwv ontvangen op 3 juni 2015.

1.3.

Bij beslissing op bezwaar van 19 juni 2015 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat door het Uwv pas op

3 juni 2015 het bezwaarschrift van appellant, gedateerd 2 maart 2015, is ontvangen. De rechtbank is niet gebleken van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij gehandicapt is en dat hij medische verklaringen van zijn behandelende artsen heeft ingediend ter onderbouwing van zijn verzoek om een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Hij verzoekt dan ook om toekenning van de uitkering en geeft aan bereid te zijn om zich te laten onderzoeken door een verzekeringsarts van het Uwv.

4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het bezwaarschrift van appellant buiten de termijn van zes weken, zoals bepaald in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend. Terecht ook heeft de rechtbank overwogen in overweging 5 dat geen sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen, waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest door pas op 3 juni 2015 bezwaar te maken. De door appellant in hoger beroep aangevoerde argumenten zien niet op de ontvankelijkheid van het bezwaar en kunnen dan ook niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

4.3.

Het hoger beroep slaagt dan ook niet.

4.4.

Voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellant is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2016.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) M.D.F. de Moor

TM

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par J.P.M. Zeijen en présence de M.D.F. de Moor en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 27 mai 2016.