Socialezekerheidsrecht
Maatregel. Niet behouden arbeid. WSW.
ECLI:NL:CRVB:2016:2649 · Centrale Raad van Beroep · 28 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-2649
Zaakgegevens
Op 28 juni 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 juni 2016
- Datum publicatie
- 13 juli 2016
- Zaaknummer
- 15-5152 WWB-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2649
Samenvatting
Maatregel. Niet behouden arbeid. WSW.
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:3903Centrale Raad van Beroep · 28 juni 2016deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2016:2649
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
15/5152 WWB-PV
Datum uitspraak: 28 juni 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 juni 2015, 15/53 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college)
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: C. Moustaïne
Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college is niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 4 december 2014 voor zover de verlaging gedurende één maand is gehandhaafd;
- herroept het besluit van 22 augustus 2014 in zoverre en bepaalt dat deze uitspraak daarvoor in de plaats treedt;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.480,-;
- bepaalt dat het college het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt tot een bedrag van € 167,-.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 22 augustus 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 december 2014, heeft het college appellant met ingang van 2 juni 2014 bijstand ingevolgde de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend. De bijstand is over de periode 2 juni 2014 tot en met 1 juli met 100% verlaagd omdat appellant door zijn toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden. Ten tijde van belang beschikte appellant over een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening.
Gelet op artikel 9, vijfde lid, van de WWB zoals die luidde ten tijde in geding, gold voor appellant de verplichting van artikel 9, eerste lid, onder a, van de WWB, te weten het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, niet. Bij brief van 20 april 2016 heeft het college erkend dat hij de maatregel ten onrechte heeft opgelegd. Nu het college ook geen andere grondslag voor de maatregel heeft geduid moet de opgelegde maatregel worden herroepen.
Kosten
Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de kosten van appellant wegens verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden begroot op € 992,- in bezwaar, € 992,- in beroep en op
€ 496,- in hoger beroep, in totaal € 2.480,-.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C. Moustaïne (getekend) O.L.H.W.I. Korte
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep