Socialezekerheidsrecht
Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2016:2630 en komt in de plaats van ECLI:NL:CRVB:2016:1099…
Centrale Raad van Beroep, 25 maart 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:2697 · Centrale Raad van Beroep · 25 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-2697
Zaakgegevens
Op 25 maart 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 maart 2016
- Datum publicatie
- 19 juli 2016
- Zaaknummer
- 12-6574 WWAJ-G
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2697
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2016:2630 en komt in de plaats van ECLI:NL:CRVB:2016:1099.
Intrekking hoger beroep. Geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen. Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
Datum uitspraak: 25 maart 2016
12/6574 WWAJ-G
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
GERECTIFICEERDE UITSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 9 november 2012, 09/2788 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.A.M. Staal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 25 maart 2015 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 17 juni 2015 heeft mr. Staal namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 25 maart 2015 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de kosten in bezwaar en de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken staan de Raad nog slechts ter beoordeling de in hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 992,- in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 992,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2016.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te tekenen
(getekend) N. Talhaoui