Socialezekerheidsrecht
Onherroepelijk geworden hersteldverklaring.
ECLI:NL:CRVB:2016:2769 · Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-2769
Zaakgegevens
Op 20 juli 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2016
- Datum publicatie
- 21 juli 2016
- Zaaknummer
- 15-3691 ZW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2769
Samenvatting
Onherroepelijk geworden hersteldverklaring.
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:10106Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2016deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2016:2769
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
15/3691 ZW
Datum uitspraak: 20 juli 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
14 april 2015, 14/5927 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. drs. ir. G.A.S. Maduro BA, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. W.M.J. Evers.
OVERWEGINGEN
Bij besluit van 19 juni 2014 heeft het Uwv aan appellant medegedeeld dat de openstaande vordering van € 4.469,44 wegens te veel betaalde uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) wordt kwijtgescholden.
Bij besluit van 31 juli 2014 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van
19 juni 2014 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe is overwogen dat appellant geen gronden heeft ingediend tegen de kwijtschelding van de vordering, maar dat zijn gronden zich richten tegen het eerdere besluit van het Uwv van
28 december 2010 waarin appellant per 3 januari 2011 hersteld is verklaard in het kader van de ZW. Dit besluit is onherroepelijk geworden. Appellant heeft het Uwv verzocht om terug te komen van het besluit van 28 december 2010, maar dat verzoek is bij besluit van
28 november 2012, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 14 maart 2013 en van
9 december 2014, afgewezen. Tegen die besluiten zijn geen rechtsmiddelen aangewend. Nu de gronden van bezwaar zich richtten tegen de hersteldverklaring en niet tegen de kwijtschelding, is het bezwaar terecht ongegrond verklaard.
Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat hij wel rechtsmiddelen heeft aangewend tegen de besluiten van 14 maart 2013 en 9 december 2014. Daarnaast kan uit de kwijtschelding van de schuld door het Uwv de conclusie worden getrokken dat bij het besluit van 28 december 2010 appellant ten onrechte hersteld werd verklaard. Nu het Uwv kennelijk heeft ingezien dat ten onrechte een schuld werd gevorderd, dient dit te leiden tot een herziening van het besluit van 28 december 2010. Voorts heeft appellant een groot aantal medische stukken ingediend.
Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Zoals door de rechtbank terecht is overwogen en door appellant ter zitting is bevestigd richten de gronden van appellant zich feitelijk uitsluitend tegen de hersteldverklaring per
3 januari 2011 en niet tegen de kwijtschelding van de schuld. De hersteldverklaring is onherroepelijk geworden. De stelling van appellant dat het Uwv tot kwijtschelding is overgegaan omdat de hersteldverklaring niet juist is, wordt niet gevolgd. Er heeft diverse malen een inkomensonderzoek plaatsgevonden waarbij steeds bleek dat appellant geen aflossingscapaciteit had. De kwijtschelding van de schuld is dan ook het gevolg van de financiële situatie waarin appellant verkeerde. Er is geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat het Uwv om andere redenen tot kwijtschelding van de schuld is overgegaan. De ingebrachte medische stukken behoeven geen bespreking omdat ze geen betrekking hebben op het geding.
5. Wat in 4.2 is overwogen, leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van B. Dogan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2016.
(getekend) J.S. van der Kolk
(getekend) B. Dogan