Socialezekerheidsrecht
Geen aanleiding toekennen proceskosten. Geen gewijzigde inzichten maar gewijzigde omstandigheden.
Centrale Raad van Beroep, 20 juli 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:2800 · Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-2800
Zaakgegevens
Op 20 juli 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2016
- Datum publicatie
- 25 juli 2016
- Zaaknummer
- 15/2151 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2800
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen aanleiding toekennen proceskosten. Geen gewijzigde inzichten maar gewijzigde omstandigheden.
Uitspraak
15/2151 AW
Datum uitspraak: 20 juli 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 maart 2015, 14/5911 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de korpschef van politie (korpschef)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. B. Borst hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 8 juni 2015 heeft de korpschef appellant met ingang van 1 mei 2015 benoemd in de (korps)functie van [functie A], welke functie conform de transponeringstabel is gematcht met de LFNP-functie van Operationeel Specialist E, gewaardeerd in salarisschaal 13.
Bij brief van 1 september 2015 heeft mr. Borst namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de korpschef te veroordelen in de proceskosten.
Namens de korpschef heeft mr. L.W.H. van den Berg bij brief van 3 november 2015 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De korpschef heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een vergoeding van proceskosten, omdat het besluit van 8 juni 2015 onverlet laat dat de weigering om appellant te benoemen tot [functie B] een juiste beslissing is geweest. De korpschef heeft, met verwijzing naar het besluit van 8 juni 2015, toegelicht dat als gevolg van de nieuwe, tijdelijke, tewerkstelling in de vergelijkbare functie van [functie A] de situatie is ontstaan, dat na de eerdere langdurige waarneming van deze functie in het politiedistrict Bergen op Zoom niet langer het tijdelijke karakter van deze tewerkstellingen voorop kan worden gesteld en het belang van appellant diende te prevaleren boven het belang van de politie.
De Raad onderschrijft het standpunt van de korpschef en stelt vast dat de bij besluit van 8 juni 2015 toegekende LFNP-functie van Operationeel Specialist E niet het gevolg is van gewijzigde inzichten aan de kant van het bestuursorgaan, maar van gewijzigde omstandigheden ten aanzien van appellant. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen als bedoel in artikel 8:75a van de Awb. Voor veroordeling van de korpschef in de proceskosten van appellant is daarom geen plaats. Het verzoek om een veroordeling in de proceskosten moet dan ook worden afgewezen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om de korpschef te veroordelen in de proceskosten van appellant af.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2016.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) P.W.J. Hospel