Socialezekerheidsrecht
De Svb heeft terecht geoordeeld dat het bezwaar te laat is ingediend en derhalve niet-ontvankelijk is.
Centrale Raad van Beroep, 16 september 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:3463 · Centrale Raad van Beroep · 16 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-3463
Zaakgegevens
Op 16 september 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2016
- Datum publicatie
- 16 september 2016
- Zaaknummer
- 16-1762 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:3463
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Svb heeft terecht geoordeeld dat het bezwaar te laat is ingediend en derhalve niet-ontvankelijk is.
Uitspraak
16/1762 AOW
Datum uitspraak: 16 september 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2016, 15/5811 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van der Weerd.
OVERWEGINGEN
Bij besluit van 23 december 2014 heeft de Svb appellant bericht dat de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen per 1 januari 2015 vervalt en dat appellant per die datum recht heeft op de inkomensondersteuning AOW ter hoogte van 78% van het maximale bedrag.
Op 10 april 2015 heeft de Svb een bezwaar van een aantal gepensioneerden, onder wie appellant, ontvangen, gericht tegen “Uw beslissing betreffende de suprematie van recht Toeslag en nieuw beslissing Anw-uitkering”. De Svb heeft dit bezwaar gericht geacht tegen zijn besluit van 23 december 2014. Bij beslissing op bezwaar van 9 juli 2015 (bestreden besluit) is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. De Raad overweegt als volgt.
De rechtbank heeft terecht met de Svb geoordeeld dat het bezwaar tegen het besluit van 23 december 2014 te laat is ingediend en derhalve niet-ontvankelijk is.
Voor zover appellant heeft beoogd bezwaar te maken tegen de aanspraak op een nabestaandenuitkering van zijn twee echtgenotes na zijn overlijden, moet worden vastgesteld dat daarover door de Svb geen besluit is afgegeven. Ook in zoverre is het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uit het onder 3.1 en 3.2 overwogene volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.I. Troelstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2016.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) R.I. Troelstra