Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 december 2016, zie ECLI:NL:CRVB:2016:5163 voor…
ECLI:NL:CRVB:2017:1325 · Centrale Raad van Beroep · 4 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-1325
Zaakgegevens
Op 4 april 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2017
- Datum publicatie
- 6 april 2017
- Zaaknummer
- 16/2523 PW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:1325
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 december 2016, zie ECLI:NL:CRVB:2016:5163 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
Inhoudsopgave
16/2523 PW-R
Datum uitspraak: 4 april 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 december 2016, 16/2523 PW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft P.C.J. Schut schriftelijk laten weten dat de uitspraak van de Raad van 6 december 2016 een kennelijke fout bevat.
Daarbij heeft Schut de Raad verzocht de uitspraak te verbeteren. Het verzoek ziet op het niet toekennen van een proceskostenvergoeding voor op verzoek van de Raad verstrekte schriftelijke inlichtingen en het niet toekennen voor een vergoeding voor gemaakte kosten in bezwaar, gelegen in het verschijnen van de gemachtigde bij de hoorzitting. Appellante heeft verzocht 1,5 punt meer aan proceskostenvergoeding toe te kennen.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien het college in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak in die zin dat een proceskostenvergoeding (0,5 punt) wordt toegekend voor verstrekte schriftelijke inlichtingen. De Raad heeft hierbij meegedeeld voor het overige geen aanleiding te zien tot verbetering van zijn uitspraak over te gaan.
Het college heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 6 december 2016 ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend voor verstrekte schriftelijke inlichtingen, waardoor het college is veroordeeld in de kosten van appellante voor verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 2.480,- in plaats van tot een bedrag van € 2.728,-.
2. De Raad wijzigt de uitspraak van 6 december 2016 als volgt.
- pagina 4, overweging 5, 2e volzin, wordt gewijzigd in:
“Deze kosten worden begroot op € 496,- (1 punt) in bezwaar, € 992,-
(2 punten) in beroep en op € 1.240,- (2,5 punt) in hoger beroep, dus in totaal op € 2.728,-.”
- de proceskostenveroordeling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.728,-;”.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 6 december 2016, 16/2523 PW, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door M. Hillen, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2017.
(getekend) M. Hillen
(getekend) C.A.E. Bon