Socialezekerheidsrecht
Hangende hoger beroep heeft het Uwv te kennen gegeven alsnog schade te zullen vergoeden aan appellant zoals…
Centrale Raad van Beroep, 10 mei 2017
ECLI:NL:CRVB:2017:1714 · Centrale Raad van Beroep · 10 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-1714
Zaakgegevens
Op 10 mei 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 mei 2017
- Datum publicatie
- 10 mei 2017
- Zaaknummer
- 16/1078 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:1714
Samenvatting
Hangende hoger beroep heeft het Uwv te kennen gegeven alsnog schade te zullen vergoeden aan appellant zoals gevorderd. Uwv veroordeeld tot betaling proceskosten, waaronder het griffierecht, in twee instanties.Tevens griffierecht hoger beroep.
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:18Centrale Raad van Beroep · 10 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2017:1714
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
16/1078 WW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
5 januari 2016, 15/2012 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 10 mei 2017
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J. van Overdam, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een vraag van de Raad beantwoord.
Appellant heeft de Raad verzocht om een beslissing te nemen over de gevorderde proceskosten, waaronder het griffierecht, in twee instanties.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2017. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 6 maart 2015 heeft het Uwv afwijzend beslist op een verzoek van appellant om vergoeding van schade ten gevolge van een onrechtmatig besluit van het Uwv van 20 november 2013 tot beëindiging van zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet met ingang van 28 oktober 2013.
1.2. Appellant heeft op 24 maart 2015 bij de rechtbank een verzoek ingediend om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het in 1.1 omschreven onrechtmatige besluit, bestaande uit gemiste pensioenopbouw via het Financiering Voortzetting Pensioenverzekering-fonds gedurende de periode van
28 oktober 2013 tot 15 januari 2015.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
3.1. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Hangende die procedure heeft het Uwv te kennen gegeven alsnog te zullen overgaan tot vergoeding aan appellant van het gevorderde bedrag van € 1.185,72, verhoogd met wettelijke rente vanaf
15 januari 2015.
3.2. Appellant heeft vervolgens verzocht om een uitspraak over de gevorderde proceskosten, waaronder het griffierecht, in twee instanties.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Nu het Uwv alsnog tegemoet is gekomen aan appellant heeft appellant geen belang meer bij een uitspraak op zijn hoger beroep. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
4.2. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze worden begroot op € 990,- aan kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg en op € 495,- aan kosten van rechtsbijstand in hoger beroep, tezamen een bedrag van € 1.485,-.
4.3. Het Uwv zal daarnaast aan appellant het door hem betaalde griffierecht moeten vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.485,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde
griffierecht van in totaal € 169,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk als voorzitter en B.M. van Dun en
F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2017.
(getekend) J.S. van der Kolk
(getekend) I.G.A.H. Toma
GdJ