Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 24-5-2017, zie ECLI:NL:CRVB:2017:1882 voor de…
ECLI:NL:CRVB:2017:1881 · Centrale Raad van Beroep · 24 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-1881
Zaakgegevens
Op 24 mei 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2017
- Datum publicatie
- 24 mei 2017
- Zaaknummer
- 14/2162 WSF-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:1881
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 24-5-2017, zie ECLI:NL:CRVB:2017:1882 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
Inhoudsopgave
14/2162 WSF-R, 14/2163-R, 14/2164-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 29 maart 2017, 14/2162 WSF, 14/2163 WSF, 14/2164 WSF.
Partijen:
[appellant 1] , [appellant 2] en [appellant 3] , allen wonend te [woonplaats] (appellanten)
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)
Datum uitspraak: 24 mei 2017
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door mr. Brans, gemachtigde van appellanten, op te zijn gewezen, vastgesteld dat in de beslissing in de uitspraak van 29 maart 2017, 14/2162 WSF,
14/2163 WSF en 14/2164 WSF een onjuist bedrag aan te vergoeden griffierecht is vermeld. Omdat er bij de rechtbank door appellanten een bedrag van in totaal € 132,- aan griffierecht is betaald en bij de Centrale Raad van Beroep een bedrag van in totaal € 366,- aan griffierecht is betaald, dient het door de minister aan appellanten te vergoeden griffierecht in totaal € 498,- te zijn.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 24 april 2017 aan partijen meegedeeld.
Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 24 april 2017 gestelde termijn van twee weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat bij partijen geen bezwaren bestaan tegen de voorgenomen rectificatie.
OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt de uitspraak van 29 maart 2017, 14/2162 WSF,
14/2163 WSF en 14/2164 WSF als volgt.
De laatste bepaling in de beslissing dient te luiden:
- bepaalt dat de minister aan appellanten het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 498,- vergoedt.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 29 maart 2017 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2017.
(getekend) J. Brand
(getekend) R.L. Rijnen