Socialezekerheidsrecht
Omdat appellant eerst met ingang van oktober 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen, voldoet hij niet aan…
Centrale Raad van Beroep, 18 augustus 2017
ECLI:NL:CRVB:2017:2851 · Centrale Raad van Beroep · 18 augustus 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-2851
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2017
- Datum publicatie
- 18 augustus 2017
- Zaaknummer
- 16/5385 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:2851
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Omdat appellant eerst met ingang van oktober 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen, voldoet hij niet aan de in artikel 8, eerste lid van de AOW vermelde voorwaarden voor het recht op partnertoeslag.
Uitspraak
16/5385 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
13 juli 2016, 16/63 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 18 augustus 2017
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2017. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.
OVERWEGINGEN
Appellant, geboren [in] 1950, is sinds 1977 gehuwd met [naam] , geboren in 1961. Bij besluit van 28 augustus 2015 is op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan appellant met ingang van oktober 2015 een ouderdomspensioen toegekend. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt op de grond dat ten onrechte geen partnertoeslag is toegekend.
Het bezwaar is bij besluit van 9 december 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat appellant niet voldoet aan de in artikel 8, eerste lid, van de AOW neergelegde voorwaarden voor toekenning van een partnertoeslag omdat hij na 1 januari 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij recht heeft op partnertoeslag omdat zijn vrouw geen werk en inkomsten heeft.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat appellant geen recht heeft op een partnertoeslag omdat hij na 1 januari 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen.
In artikel 8, eerste lid, van de AOW is, voor zover van belang, neergelegd dat de pensioengerechtigde die voor 1 januari 2015 is gehuwd en voor die datum recht heeft op ouderdomspensioen en van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht heeft op een toeslag. Nu appellant eerst met ingang van oktober 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen, voldoet hij niet aan de in artikel 8, eerste lid van de AOW vermelde voorwaarden. Om deze reden slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2017.
(getekend) L. Koper
(getekend) J.W.L. van der Loo