Socialezekerheidsrecht
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens een niet verschoonbaar geachte overschrijding van de bezwaartermijn.
ECLI:NL:CRVB:2017:3424 · Centrale Raad van Beroep · 6 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-3424
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2017
- Datum publicatie
- 6 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/119 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:3424
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens een niet verschoonbaar geachte overschrijding van de bezwaartermijn.
Uitspraak
Inhoudsopgave
16/119 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
10 december 2015, 15/3022 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], België (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 6 oktober 2017
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2017. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.
De termijn voor het doen van uitspraak is verlengd. Hiervan is aan partijen mededeling gedaan.
OVERWEGINGEN
1. Bij bezwaarschrift gedateerd 1 februari 2015 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Svb van 22 augustus 2014. Dit bezwaar heeft de Svb bij besluit van 23 april 2015 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbaar geachte overschrijding van de bezwaartermijn.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant, evenals in beroep, gesteld dat de Svb niet genoeg rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden.
De Raad oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Overeenkomstig artikel 6:8 van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dit geval is de bezwaartermijn op 23 augustus 2014 aangevangen en op 3 oktober 2014 geëindigd.
Vast staat dat appellant pas bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 22 augustus 2014 nadat de bezwaartermijn verstreken was.
Appellant heeft gewezen op een aantal moeilijke persoonlijke omstandigheden, maar heeft daarbij niet iets aangevoerd wat kan leiden tot de conclusie dat voormelde overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is te achten in de zin van artikel 6:11 van de Awb. De Svb heeft het bezwaar van appellant daarom in overeenstemming met de wettelijke regeling ter zake niet-ontvankelijk verklaard.
Uit wat hiervoor onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2017.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) H. Achtot