Socialezekerheidsrecht
Weigering hoog persoonlijk kilometerbudget. Geen medische noodzaak. Geen aanknopingspunten voor de conclusie…
ECLI:NL:CRVB:2017:344 · Centrale Raad van Beroep · 1 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-344
Zaakgegevens
Op 1 februari 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 februari 2017
- Datum publicatie
- 1 februari 2017
- Zaaknummer
- 15/3527 VALYS
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:344
Samenvatting
Weigering hoog persoonlijk kilometerbudget. Geen medische noodzaak. Geen aanknopingspunten voor de conclusie dat appellante vanuit strikt medische optiek niet samen met een begeleider met de trein zou kunnen reizen.
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:2714Centrale Raad van Beroep · 1 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2017:344
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
15/3527 VALYS
Datum uitspraak: 1 februari 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
21 april 2015, 14/2490
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
Argonaut advies B.V. (Argonaut)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2016. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot. Argonaut is vertegenwoordigd door mr. L. Stové en drs. S.J. Heemstra.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten.
Appellante heeft in maart 2014 bij Argonaut een voorziening aangevraagd in de vorm van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb).
Argonaut heeft in een besluit van 10 maart 2014 deze aanvraag afgewezen. Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.
Argonaut heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard in een besluit van
31 maart 2014. Appellante heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
2. De rechtbank heeft appellantes beroep ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd en het volgende aangevoerd. Zij is angstig in kleine ruimtes. Dat staat eraan in de weg dat zij kan reizen met de trein. Zij heeft daarover wel eens met een arts gesproken. Op haar leeftijd ziet ze er niets meer in om er therapie voor te volgen. Omdat ze niet met de trein kan reizen, voldoet ze aan de criteria om voor een hoog pkb in aanmerking te komen. Met een hoog pkb is zij verder in staat om zelfstandig te reizen, zonder steeds aangewezen te zijn op een begeleider.
4. De Raad oordeelt als volgt.
In het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog pkb Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten van 1 oktober 2007 (protocol) is het volgende opgenomen:
“De aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb wanneer:
1. aanvrager beschikt over een Valys-pas, en
2. niet in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder, en
3. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde
“mens-machinecombinatie”) zodanig is dat reizen per trein onmogelijk is, en/of
4. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is, al dan niet met begeleiding, met de trein te reizen.”
Argonaut heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het voor appellante vanuit strikt medische optiek niet onmogelijk is om met de trein te reizen. De bezwaararts van Argonaut, R.V. Braber (Braber), heeft de door appellante overgelegde medische informatie betrokken bij zijn advies van 26 maart 2014. Op basis van die informatie was er volgens Braber geen reden om aan te nemen dat appellante niet met de trein zou kunnen reizen. Ten aanzien van de door appellante aangegeven angstklachten voor kleine ruimtes heeft Braber overwogen dat er voor dergelijke klachten adequate behandelingen zijn, die niet langdurig van aard zijn en waar appellante veel aan kan hebben. Appellante heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt dat zij vanwege haar angstklachten niet met de trein kan reizen of dat haar klachten niet te verhelpen zijn. Daarom is er geen aanleiding om aan te nemen dat de door Braber getrokken conclusie onjuist is. De gedingstukken bieden ook verder geen aanknopingspunten voor de conclusie dat appellante vanuit strikt medische optiek niet samen met een begeleider met de trein zou kunnen reizen.
Het is voorstelbaar dat appellante de behoefte heeft om ook eens zonder begeleider te reizen en dat zij dat ervaart als een vergroting van haar zelfstandigheid. Gelet op de hiervoor omschreven strikte criteria voor het toekennen van een hoog pkb, kan deze wens van appellante echter niet tot een toekenning leiden.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, slaagt het hoger beroep niet. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2017.
(getekend) A.J. Schaap
(getekend) L.H.J. van Haarlem