Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang omdat volledig aan het bezwaar van appellante is tegemoet…

Centrale Raad van Beroep, 19 januari 2018

Zaakgegevens

Op 19 januari 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19 januari 2018
Datum publicatie
19 januari 2018
Zaaknummer
16/260 ANW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2018:159
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang omdat volledig aan het bezwaar van appellante is tegemoet gekomen.

Uitspraak

16/260 ANW

Datum uitspraak: 19 januari 2018

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

26 november 2015, 15/4421 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats], Tunesië (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Hafsa, advocaat te [woonplaats], hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend en op 27 november 2017 een nieuwe beslissing op bezwaar van 21 november 2017 ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2017. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Met een besluit van 11 december 2012 heeft de Svb appellante laten weten dat met ingang van

1 januari 2013 haar uitkering wordt verlaagd, omdat deze wordt aangepast aan het kostenniveau van haar woonland. Voor Tunesië is de woonlandfactor vastgesteld op 40%. Appellante heeft bezwaar ingesteld tegen dit besluit. Dit bezwaar is door de Svb, na overleg met appellante, aangehouden totdat de Raad in een aantal vergelijkbare zaken uitspraak zou hebben gedaan. Nadat deze uitspraken waren gedaan op 21 maart 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:845) en 9 mei 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:1466) heeft de Svb met een besluit van 10 juni 2015 (bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

3.1.

In het genoemde besluit van 21 november 2017 heeft de Svb appellante laten weten dat het bestreden besluit niet langer gehandhaafd wordt. Vanaf 1 januari 2013 zal aan appellante de ANW-uitkering worden betaald zonder toepassing van de woonlandfactor. Ook zal aan haar de wettelijke rente worden vergoed over de te laat betaalde uitkering.

3.2.

Uit 3.1 volgt dat volledig aan het bezwaar van appellante tegemoet is gekomen. Appellante heeft geen belang meer bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zal worden.

4. Aanleiding bestaat om de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 501,- in beroep en op € 501,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 1.002,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.002,-;

- bepaalt dat de Svb aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van

in totaal € 169,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2018.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) H. Achtot

RB