Socialezekerheidsrecht
College heeft ten onrechte aangenomen dat appellant draagkracht had.
ECLI:NL:CRVB:2018:2012 · Centrale Raad van Beroep · 28 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2012
Zaakgegevens
Op 28 juni 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 juni 2018
- Datum publicatie
- 3 juli 2018
- Zaaknummer
- 16/7650 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2012
Samenvatting
College heeft ten onrechte aangenomen dat appellant draagkracht had.
Uitspraak
Inhoudsopgave
16 7650 PW-PV, 16/7651 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 3 november 2016, 16/1204 en 16/3249 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)
Datum uitspraak: 28 juni 2018
Zitting hebben: P.W. van Straalen, J.J.A. Kooijman, A.M. Overbeeke
Griffier: J. Tuit
Ter zitting zijn verschenen: mr. D. Coskun, gemachtigde van appellant, en W.C.M. Hermans, gemachtigde van het college.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
vernietigt de aangevallen uitspraak;
-
verklaart het beroep tegen het besluit van 10 februari 2016, voor zover dit de vaststelling van de draagkracht betreft, gegrond en vernietigt dat besluit in zoverre;
-
herroept de besluiten van 17 maart 2015 en 13 november 2015 tot vaststelling van de draagkracht;
-
veroordeelt het college tot vergoeding van de wettelijke rente over de nabetalingen die moeten plaatsvinden;
-
veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.004,-;
-
bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
In geding is uitsluitend de periode vanaf 1 maart 2015. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college het standpunt ingenomen dat het college de bestreden besluitvorming, die ziet op de vaststelling van de draagkracht van appellante, niet langer handhaaft omdat appellante geen draagkracht had. Dit betekent dat ook de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen wordt de draagkracht van appellant per 1 maart 2015 vastgesteld op nihil. Het college is gehouden de ten onrechte ingehouden bijstand terug te betalen. Het verzoek om vergoeding van de wettelijke rente over de nabetalingen per 1 maart 2015 wordt toegewezen. De rente moet worden berekend overeenkomstig de uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(get.) J. Tuit (get.) P.W. van Straalen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
sg