Socialezekerheidsrecht
Met besluit volledig tegemoetgekomen. Geen procesbelang. Proceskostenveroordeling.
Centrale Raad van Beroep, 5 juli 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:2045 · Centrale Raad van Beroep · 5 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2045
Zaakgegevens
Op 5 juli 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juli 2018
- Datum publicatie
- 5 juli 2018
- Zaaknummer
- 16/4094 AKW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2045
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Met besluit volledig tegemoetgekomen. Geen procesbelang. Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
16 4094 AKW
Datum uitspraak: 5 juli 2018
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 mei 2016, 15/8129 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E. El-Sharkawi, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift, nadere stukken en een nader besluit toegezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2018. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk.
OVERWEGINGEN
Op 13 januari 2015 heeft appellante een aanvraag om toekenning van kinderbijslag
ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ingediend voor haar kind [naam kind], geboren [in] 2008.
Bij besluit van 26 januari 2015 heeft de Svb aan appellante kinderbijslag geweigerd. Het
tegen dit besluit door appellante ingediende bezwaar heeft de Svb bij besluit van 1 oktober 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven met beslissingen over proceskosten en griffierecht. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de reikwijdte van het bestreden besluit niet verder gaat dan het eerste kwartaal van 2015. Verder heeft de Svb in beroep erkend dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en om die reden dient te worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit kunnen echter in stand worden gelaten, omdat appellante op de peildata van het vierde kwartaal van 2014 en het eerste kwartaal van 2015 terecht niet als ingezetene van Nederland is aangemerkt en daarom niet verzekerd is voor de AKW.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat in het bestreden besluit ook een oordeel had moeten worden gegeven over het recht op kinderbijslag over het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2015. Verder heeft appellante aangevoerd dat zij al vanaf het vierde kwartaal van 2014 ingezetene van Nederland is.
Bij besluit van 18 juni 2018 heeft de Svb vastgesteld dat appellante alsnog recht heeft op kinderbijslag met ingang van het vierde kwartaal van 2014. Daarbij is vastgesteld dat aan appellante wettelijke rente wordt vergoed over de na te betalen kinderbijslag. Tevens zullen de (proces)kosten die in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep zijn gemaakt worden vergoed. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de Svb te kennen gegeven dat het besluit van 18 juni 2018 ook strekt tot toekenning van kinderbijslag over het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2015.
4. Uit 3.2 volgt dat volledig aan het bezwaar van appellante tegemoet is gekomen. Appellante heeft geen belang meer bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zal worden.
5. Aanleiding bestaat om de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 501,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Verder zal de Svb worden veroordeeld in de kosten van appellante in bezwaar. Deze kosten worden begroot op € 1.002,- aan kosten van rechtsbijstand.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de Svb in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.503,-;
- bepaalt dat de Svb aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,-
vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos als voorzitter en M.A.H. van Dalen-van Bekkum en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2018.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) H. Achtot