Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek IVA-uitkering per week uit te betalen met terugwerkende kracht vanaf 2011. De overwegingen…
Centrale Raad van Beroep, 26 juli 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:2358 · Centrale Raad van Beroep · 26 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2358
Zaakgegevens
Op 26 juli 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 juli 2018
- Datum publicatie
- 1 augustus 2018
- Zaaknummer
- 17/7313 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2358
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek IVA-uitkering per week uit te betalen met terugwerkende kracht vanaf 2011. De overwegingen en conclusies van de aangevallen uitspraak worden geheel onderschreven. Appellante heeft niets aangevoerd wat zou meebrengen dat het oordeel van de rechtbank niet juist is.
Uitspraak
17 7313 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
4 oktober 2017, 17/4842 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] , zonder vaste woon- of verblijfplaats (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 26 juli 2018
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juli 2018. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Veldman.
OVERWEGINGEN
Appellante heeft het Uwv zowel telefonisch als schriftelijk verzocht haar IVA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met terugwerkende kracht vanaf 2011 per week uit te betalen. Bij besluit van 7 maart 2017 heeft het Uwv het verzoek van appellante, onder verwijzing naar artikel 67, eerste lid, van de Wet WIA, afgewezen.
Bij besluit van 8 augustus 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 7 maart 2017 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
Appellante heeft in hoger beroep in essentie gelijke gronden als in bezwaar en beroep aangevoerd.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 67, eerste lid, van de WIA een dwingendrechtelijke bepaling is en dat het Uwv gehouden is de uitkering per kalendermaand betaalbaar te stellen. De overwegingen en conclusies van de aangevallen uitspraak worden geheel onderschreven. Appellante heeft niets aangevoerd wat zou meebrengen dat het oordeel van de rechtbank niet juist is.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2018.
(getekend) M. Greebe
(getekend) H. Achtot
ew