Socialezekerheidsrecht
Herziening en terugvordering in verband met alsnog ontvangen WW-uitkering. Geen dringende redenen.
Centrale Raad van Beroep, 31 juli 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:2392 · Centrale Raad van Beroep · 31 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2392
Zaakgegevens
Op 31 juli 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 juli 2018
- Datum publicatie
- 3 augustus 2018
- Zaaknummer
- 17/1287 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2392
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herziening en terugvordering in verband met alsnog ontvangen WW-uitkering. Geen dringende redenen.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:842Centrale Raad van Beroep · 31 juli 2018deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2018:2392
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
17 1287 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 februari 2017, 16/5131 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant 1] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 31 juli 2018
Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: C.A.E. Bon
Ter zitting zijn verschenen: appellant, bijgestaan door mr. J.J.E. Stout, en mr. J.M. Tang, gemachtigde van het college.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Het geschil ziet op de herziening en terugvordering van bijstand over de periode van 16 juli 2015 tot en met 31 december 2015. Aan die herziening en terugvordering heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen melding heeft gemaakt van het feit dat bij besluit van 2 oktober 2015 met terugwerkende kracht een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is toegekend.
De bevoegdheid om tot herziening en terugvordering over te gaan is niet langer in geschil. Het geschil ziet alleen nog op de vraag of sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Dringende redenen kunnen slechts zijn gelegen in onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen van de terugvordering. Niet in geschil is dat appellant psychische problemen heeft en dat deze al bestonden voor het besluit tot terugvordering. Appellant heeft niet onderbouwd dat die psychische problemen zijn verslechterd ten gevolge van de terugvordering. Hieruit volgt dat van dringende redenen om van terugvordering af te zien niet is gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(get.) C.A.E. Bon (get.) P.W. van Straalen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep