Socialezekerheidsrecht
Afgewezen aanvraag. Inkomen boven de norm. Geen bijzondere omstandigheden.
ECLI:NL:CRVB:2018:2862 · Centrale Raad van Beroep · 11 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2862
Zaakgegevens
Op 11 september 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 september 2018
- Datum publicatie
- 20 september 2018
- Zaaknummer
- 17/3807 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2862
Samenvatting
Afgewezen aanvraag. Inkomen boven de norm. Geen bijzondere omstandigheden.
Uitspraak
Inhoudsopgave
17 3807 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 29 maart 2017, 17/391 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)
Datum uitspraak: 11 september 2018
Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: Y. Itkal
Ter zitting zijn verschenen: drs. N.M.H.A. van Hittum, gemachtigde van verweerder
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Appellante heeft zich op 16 augustus 2016 gemeld bij het college voor het doen van een aanvraag om bijstand. Op 7 september 2016 heeft zij deze aanvraag ingediend. Bij besluit van 13 oktober 2016, gehandhaafd bij besluit van 20 december 2016, heeft het college de aanvraag afgewezen. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat appellante inkomsten had boven de voor haar geldende bijstandsnorm.
Niet in geschil is dat appellante in de te beoordelen periode inkomsten had boven de norm. De rechtbank heeft in zoverre terecht geoordeeld dat appellante niet in aanmerking kwam voor bijstand. Appellante heeft aangevoerd dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar bijzondere omstandigheden. Zij heeft echter niet gesteld wat die bijzondere omstandigheden dan zijn. Zij heeft haar stelling ook niet onderbouwd nadat dit in de aanvullende gronden van het hoger beroep was aangekondigd. De beroepsgrond slaagt alleen al daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) Y. Itkal (getekend) P.W. van Straalen
JvC