Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag vanwege onduidelijke financiële situatie. Ontbrekende bankafschriften.
Centrale Raad van Beroep, 2 oktober 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3132 · Centrale Raad van Beroep · 2 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3132
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2018
- Datum publicatie
- 11 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/3886 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3132
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag vanwege onduidelijke financiële situatie. Ontbrekende bankafschriften.
Uitspraak
17 3886 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 april 2017, 16/6779 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 2 oktober 2018
Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: C.A.E. Bon
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. I. Yaman.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om een afwijzing van een aanvraag om bijstand omdat de financiële situatie van appellant niet duidelijk was.
De te beoordelen periode loopt van 9 maart 2016 tot en met 12 april 2016.
Het college stelt zich terecht op het standpunt dat appellant zijn financiële situatie niet duidelijk heeft gemaakt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De financiële situatie van appellant is niet duidelijk, omdat bankafschriften over de te beoordelen periode ontbreken. Van de drie op zijn naam staande bankrekeningen zijn de afschriften van één bankrekening compleet. Van één bankrekening zijn er echter geen afschriften overgelegd en van één bankrekening zijn er deels afschriften aanwezig. Alleen al gelet op het ontbreken van die bankafschriften kan het college het recht op bijstand niet vaststellen. Ook ontbreekt een onderbouwde verklaring met betrekking tot de vraag hoe appellant voorafgaand aan de aanvraag in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Niet duidelijk is dan ook waarvan appellant heeft geleefd. Appellant stelt weliswaar dat hij in bewijsnood verkeert, maar onderbouwt die stelling verder niet. Die stelling kan er dan ook niet toe leiden dat het bestreden besluit geen stand kan houden.
Dit alles leidt ertoe dat de in hoger beroep aangevoerde gronden niet slagen. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) P.W. van Straalen