Socialezekerheidsrecht
Herziening in verband met inkomsten uit alimentatie.
ECLI:NL:CRVB:2018:3159 · Centrale Raad van Beroep · 2 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3159
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2018
- Datum publicatie
- 16 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/2823 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3159
Samenvatting
Herziening in verband met inkomsten uit alimentatie.
Uitspraak
Inhoudsopgave
17 2823 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 februari 2017, 16/8743 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)
Datum uitspraak: 2 oktober 2018
Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: C.A.E. Bon
Appellant is niet ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.G. Smout.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Appellant heeft het college verzocht om herziening van het besluit waarbij over de maanden februari, maart, april en mei 2015 door hem ontvangen alimentatie op de bijstand is ingehouden en verzocht de ingehouden bedragen alsnog uit te betalen.
2. De rechtbank heeft terecht overwogen dat er geen grond is om tot herziening over te gaan. Dat de alimentatie door de ex-partner achteraf blijkt onverschuldigd te zijn betaald en sprake zou zijn van een afdwingbare terugbetalingsverplichting, laat onverlet dat appellant destijds wel over die middelen heeft kunnen beschikken en ook heeft beschikt.
3. Wat appellant heeft aangevoerd kan niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak zal daarom worden bevestigd.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) P.W. van Straalen