Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting. Noodzaak verhuizing niet aannemelijk gemaakt.
Centrale Raad van Beroep, 25 september 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3175 · Centrale Raad van Beroep · 25 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3175
Zaakgegevens
Op 25 september 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2018
- Datum publicatie
- 16 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/3475-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3175
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting. Noodzaak verhuizing niet aannemelijk gemaakt.
Uitspraak
17 3475 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 maart 2017, 16/5422 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)
Datum uitspraak: 25 september 2018
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma
Griffier: F. Dinleyici
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J. van Kleef, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door P.T.F.A. de Boer.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellant is in 2008 gescheiden en in de gezamenlijke woning bij zijn ex-vrouw blijven wonen. Eind 2015 heeft appellant een eigen woning geaccepteerd. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de relatie met zijn ex-vrouw toen zoveel slechter was dan in de jaren daarvoor, dat acute verhuizing noodzakelijk was. Appellant heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat verhuizing noodzakelijk was omdat de eigen woning in de buurt is van de [woning] van zijn zoon; de gezamenlijke woning was dat namelijk ook. Onder deze omstandigheden zijn de kosten van woninginrichting niet noodzakelijk. De Raad komt dan ook niet toe aan de vraag of appellant in de voorafgaande jaren voor deze kosten heeft kunnen reserveren.
2. Ter zitting is nog aangevoerd dat andere mensen die willen scheiden wel bijzondere bijstand ontvangen. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Appellant heeft pas jaren na de echtscheiding besloten te verhuizen. Bovendien wordt elke zaak individueel beoordeeld, zodat niet gezegd kan worden dat iedereen die is gescheiden bijzondere bijstand ontvangt om de nieuwe woning in te richten.
3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier. De voorzitter.
(getekend) F. Dinleyici (getekend) J.N.A. Bootsma