Socialezekerheidsrecht
Toekenning bijzondere bijstand medische kosten. Geen bijzondere omstandigheden om met terugwerkende kracht…
ECLI:NL:CRVB:2018:3179 · Centrale Raad van Beroep · 25 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3179
Zaakgegevens
Op 25 september 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2018
- Datum publicatie
- 16 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/4061-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3179
Samenvatting
Toekenning bijzondere bijstand medische kosten. Geen bijzondere omstandigheden om met terugwerkende kracht bijzondere bijstand toe te kennen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
17 4061 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 mei 2017, 16/4334 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)
Datum uitspraak: 25 september 2018
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma
Griffier: F. Dinleyici
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. E.P. Groot. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat het college appellant terecht niet eerder dan per 1 april 2016 bijzondere bijstand heeft verleend in de kosten van medische hand- en voetverzorging.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Twee eerdere aanvragen om bijzondere bijstand in de kosten van medische hand- en voetverzorging zijn afgewezen en hebben formele rechtskracht gekregen. De aanvraag van 13 april 2016 is per 1 april 2016 toegewezen. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum en wil met terugwerkende kracht tot december 2015 bijzondere bijstand voor deze kosten.
2. Nu appellant er in is geslaagd om de behandelingen van vóór april 2016 te bekostigen, zijn er geen bijzondere omstandigheden die het college verplichten om appellant voor die datum bijzondere bijstand toe te kennen.
3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier. De voorzitter.
(getekend) F. Dinleyici (getekend) J.N.A. Bootsma