Socialezekerheidsrecht
Aanvraag om een tegemoetkoming voor het eigen risico van de zorgverzekering is buiten behandeling gesteld…
Centrale Raad van Beroep, 14 november 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3766 · Centrale Raad van Beroep · 14 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3766
Zaakgegevens
Op 14 november 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 november 2018
- Datum publicatie
- 28 november 2018
- Zaaknummer
- 18/2272 WMO15-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3766
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag om een tegemoetkoming voor het eigen risico van de zorgverzekering is buiten behandeling gesteld. Het overzicht is te laat overgelegd.
Uitspraak
18 2272 WMO15-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 maart 2018, 17/3993 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel (college)
Datum uitspraak: 14 november 2018
Zitting heeft: mr. N.R. Docter
Griffier: M.A.A. Traousis
Appellant is ter zitting verschenen met zijn zuster [naam zuster appellant]. Het college is niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Het college heeft de aanvraag van appellant om een tegemoetkoming voor het eigen risico van de zorgverzekering in 2016 op 18 mei 2017 buiten behandeling gesteld. Dit omdat appellant, ook na rappel daartoe bij brief van 11 april 2017, geen bewijs heeft aangeleverd van het door hem in 2016 aan de zorgverzekeraar betaalde eigen risico. Tegen het besluit van 18 mei 2017 heeft appellant bezwaar gemaakt. Op 24 mei 2017 heeft het college het gevraagde overzicht alsnog van appellant ontvangen. Bij besluit van 10 juli 2017 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Zoals de rechtbank heeft overwogen is niet in geschil dat het gevraagde overzicht van het eigen risico van belang is voor de beoordeling van de aanvraag. Uit de door appellant bij de aanvraag verstrekte bankafschriften is niet af te leiden dat de daarin vermelde betalingen aan de zorgverzekeraar het eigen risico betreffen. Pas achteraf, na de te late ontvangst van het gevraagde overzicht, had kunnen worden vastgesteld dat de bedragen uit de bankafschriften overeenkomen met de bedragen uit het overzicht van het eigen risico.
De rechtbank heeft ook overwogen dat het gevraagde overzicht van het eigen risico niet op tijd is aangeleverd. Appellant is bij herinneringsbrief van 11 april 2017 een nadere termijn gesteld tot 25 april 2017 en het overzicht is pas op 24 mei 2017 door het college ontvangen. Tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft appellant verklaard dat hij de brief van 11 april 2017 heeft ontvangen. Het college is niet verplicht het te laat ingediende overzicht alsnog te bekijken. De Raad volgt dan ook de uitspraak van de rechtbank.
4. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
5. Voor een veroordeling inde proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) M.A.A. Traousis (getekend) N.R. Docter