Socialezekerheidsrecht

Op grond van artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van AIB wordt onder inkomen verstaan de belastbare…

Centrale Raad van Beroep, 21 november 2018

Zaakgegevens

Op 21 november 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21 november 2018
Datum publicatie
7 december 2018
Zaaknummer
16/8146 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2018:3930
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Op grond van artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van AIB wordt onder inkomen verstaan de belastbare winst uit onderneming. Vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Wat onder ondernemersaftrek moet worden verstaan is bepaald in artikel 3.74 van de Wet IB 2001. De stakingsaftrek maakt onderdeel uit van de ondernemersaftrek. Een aftrek zoals door appellant wordt voorgestaan, is dan ook niet mogelijk.

Uitspraak

16 8146 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 november 2016, 15/7543 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 21 november 2018

Zitting heeft: H.G. Rottier

Griffier: S.L. Alves

Ter zitting is verschenen: mr. S. van Gent, kantoorgenoot van de gemachtigde van appellant.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 gegrond en vernietigt dat besluit;

  • verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond;

  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.254,50;

  • bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 156,- vergoedt.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Het Uwv heeft op 12 november 2018 een gewijzigde beslissing op bezwaar

(bestreden besluit 2) genomen. Hieruit volgt dat de beslissing op bezwaar van

9 november 2015 (bestreden besluit 1) niet meer juist is. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Het beroep tegen bestreden besluit 1 wordt gegrond verklaard

en bestreden besluit 1 wordt vernietigd.

Nu met bestreden besluit 2 niet volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant is het beroep van rechtswege mede gericht tegen bestreden besluit 2.

Op grond van artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) wordt onder inkomen verstaan de belastbare winst uit onderneming. In dit artikel is tevens bepaald dat de belastbare winst uit onderneming moet worden vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Wat onder de ondernemersaftrek moet worden verstaan is bepaald in artikel 3.74 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). In artikel 3.74, aanhef en onder e, van de

Wet IB 2001 is bepaald dat de stakingsaftrek onderdeel uitmaakt van de ondernemersaftrek. De bewoordingen van artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van het AIB zijn helder.

Er is wel de verwijzing in het latere deel van artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van het AIB naar het begrip winst zoals dat is genoemd in artikel 3.78 van de Wet IB 2001 over de meewerkaftrek, maar dat doet niet af aan de duidelijke tekst van artikel 3.74 van de

Wet IB 2001.

Een aftrek zoals door appellant wordt voorgestaan, is dan ook niet mogelijk.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) S.L. Alves (getekend) H.G. Rottier

LO