Socialezekerheidsrecht
Niet gemelde bijschrijvingen op bankrekening in mindering te brengen op bijstand.
ECLI:NL:CRVB:2018:4280 · Centrale Raad van Beroep · 5 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-4280
Zaakgegevens
Op 5 december 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2018
- Datum publicatie
- 3 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/5809 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:4280
Samenvatting
Niet gemelde bijschrijvingen op bankrekening in mindering te brengen op bijstand.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:5320Centrale Raad van Beroep · 5 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2018:4280
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
17 5809 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2017, 16/7571 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] en [Appellante] te [woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 5 december 2018
Zitting heeft: E.C.R. Schut
Griffier: C.A.E. Bon
Appellanten zijn niet ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door R.J.M. Codrington.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Het geschil is beperkt tot de vraag of het college het totale bedrag aan bijschrijvingen van € 6.040,- als in aanmerking te nemen middelen op de bijstand in mindering mocht brengen.
2. Appellanten hebben aangevoerd dat zij aannemelijk hebben gemaakt dat een deel van de bijschrijvingen afkomstig is van daadwerkelijke leningen en dat deze bijschrijvingen niet tot de middelen moeten worden gerekend. Deze beroepsgrond slaagt niet. Zoals vaker overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 12 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2583 en van 12 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:51) is de omstandigheid dat bedragen zijn geleend niet van betekenis en is een geldlening in artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet niet uitgezonderd van het middelenbegrip.
3. Appellanten hebben voorts aangevoerd dat in hun geval een uitzondering moet worden gemaakt en aansluiting moet worden gezocht bij de rechtspraak die van toepassing is in die gevallen dat iemand (zonder ander inkomen) in afwachting is van een besluit op zijn aanvraag om algemene bijstand en ter voorziening in de kosten van levensonderhoud is aangewezen op het aangaan van geldleningen.
4. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Appellanten ontvingen in de periode in geding bijstand. Deze bijstand wordt geacht toereikend te zijn om te voorzien in hun levensonderhoud. De onder 3 bedoelde rechtspraak is daarom niet op appellanten van toepassing.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
C.A.E. Bon E.C.R. Schut
md