Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 21-08-2018, zie ECLI:NL:CRVB:2018:4315 voor de…
Centrale Raad van Beroep, 27 december 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:4316 · Centrale Raad van Beroep · 27 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-4316
Zaakgegevens
Op 27 december 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 december 2018
- Datum publicatie
- 5 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/2745 PW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:4316
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 21-08-2018, zie ECLI:NL:CRVB:2018:4315 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
17/2745 PW-R
Datum uitspraak: 27 december 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 21 augustus 2018, 17/2745 PW
Partijen:
[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante) te [woonplaats]
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
PROCESVERLOOP
Naar aanleiding van een brief van 30 augustus 2018 van de gemachtigde van appellanten heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van 21 augustus 2018 een kennelijke fout bevat voor zover het de proceskostenveroordeling betreft.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in de beslissing van de uitspraak ten onrechte is bepaald dat het college aan appellanten de door hem in beroep en hoger beroep betaalde proceskosten ten bedrage van € 1.002,- in plaats van ten bedrage van € 2.004,- vergoedt.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde beslissing herstellen door de uitspraak van 7 september 2017 met het hiervoor vermelde bedrag te rectificeren. Zodoende bestaat aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellanten in beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 2.004,-.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 21 augustus 2018 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) J. Tuit
md