Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 27 februari 2018, zie ECLI:NL:CRVB:2017:4514 voor…
Centrale Raad van Beroep, 27 februari 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:560 · Centrale Raad van Beroep · 27 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-560
Zaakgegevens
Op 27 februari 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 februari 2018
- Datum publicatie
- 27 februari 2018
- Zaaknummer
- 15-4452 WWB-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:560
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 27 februari 2018, zie ECLI:NL:CRVB:2017:4514 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
15/4452 WWB-R
Datum uitspraak: 27 februari 2018
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 14 november 2017, 15/4452 WWB
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat de uitspraak van 14 november 2017, 15/4452, een kennelijke fout bevat voor zover het de hoogte van de proceskostenveroordeling betreft.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
Partijen hebben niet gereageerd, waardoor de Raad ervan uitgaat dat er geen bezwaar is tegen de verbetering.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat het college weliswaar op goede gronden is veroordeeld in de proceskosten van appellant, maar dat voor wat betreft de proceskosten van appellant in bezwaar ten onrechte is beslist dat dit een bedrag van € 990,- bedraagt in plaats van een bedrag van € 495,- wegens het niet bijwonen van de hoorzitting in bezwaar door de gemachtigde van appellant.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde beslissing herstellen door de uitspraak van 14 november 2017 te rectificeren als volgt:
“5. Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 495,- in bezwaar, € 990,- in beroep en € 990,- in hoger beroep, in totaal € 2.475,-, voor verleende rechtsbijstand.”
De proceskostenveroordelingbepaling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.475,-;’’.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 14 november 2017 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door A. Stehouwer als voorzitter en Y.J. Klik en M. Schoneveld als leden, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2018.
(getekend) A. Stehouwer
(getekend) C.A.E. Bon