Socialezekerheidsrecht
De Svb heeft meegedeeld dat het bestreden besluit in strijd is met zijn beleid. Daarom wordt het besluit niet…
Centrale Raad van Beroep, 28 maart 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:1066 · Centrale Raad van Beroep · 28 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-1066
Zaakgegevens
Op 28 maart 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 maart 2019
- Datum publicatie
- 28 maart 2019
- Zaaknummer
- 17/5184 AKW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:1066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Svb heeft meegedeeld dat het bestreden besluit in strijd is met zijn beleid. Daarom wordt het besluit niet gehandhaafd en zal appellant alsnog met ingang van 1 januari 2015 worden aangemerkt als de ouder wiens recht op kinderbijslag voor de zoon wordt uitbetaald.
Uitspraak
17 5184 AKW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
16 juni 2017, 16/3804 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 28 maart 2019
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Op 14 februari 2019 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden. Appellant is in persoon verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek en
drs. W. van den Berg.
OVERWEGINGEN
1.
Bij besluit van 24 maart 2016 heeft de Svb geweigerd om appellant met ingang van 1 januari 2015 aan te merken als de ouder wiens recht op kinderbijslag gelijk verdeeld over beide ouders wordt uitbetaald voor [naam zoon], de [in] 1999 geboren zoon van appellant. Het bezwaar van appellant hiertegen is bij besluit van 30 juni 2016 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen dit besluit op bezwaar ongegrond verklaard.
2. Ter zitting van de Raad heeft de Svb meegedeeld dat het bestreden besluit in strijd is met zijn beleid. Daarom wordt dit besluit niet gehandhaafd en zal appellant alsnog met ingang van 1 januari 2015 worden aangemerkt als de ouder wiens recht op kinderbijslag voor [naam zoon] wordt uitbetaald.
3. De Svb heeft het in het besluit op bezwaar opgenomen standpunt niet gehandhaafd. Daarom vernietigt de Raad de aangevallen uitspraak, wordt het beroep tegen het bestreden besluit alsnog gegrond verklaard en wordt dat besluit vernietigd.
4. De Raad ziet aanleiding om te bepalen dat de Svb de proceskosten van appellant moet vergoeden. Op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden deze kosten begroot op € 204,82 voor in beroep en hoger beroep gemaakte reis- en verletkosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 30 juni 2016;
- draagt de Svb op een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 204,82;
- bepaalt dat de Svb aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht
van in totaal € 170,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos als voorzitter en M.M. van der Kade en M.A.H. van Dalen-van Bekkum als leden, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2019.
(getekend) E.E.V. Lenos.
(getekend) H. Achtot.
md