Socialezekerheidsrecht

Toepassen kostendelersnorm. Inwonende, niet studerende zoon van 21 jaar.

Centrale Raad van Beroep, 5 maart 2019

Zaakgegevens

Op 5 maart 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
5 maart 2019
Datum publicatie
28 maart 2019
Zaaknummer
17/8155 PW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:1070
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toepassen kostendelersnorm. Inwonende, niet studerende zoon van 21 jaar.

Uitspraak

17 8155 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 5 maart 2019

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2017, 17/3606 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] (appellante) en [Appellant] (appellant), beiden te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte

Griffier: V.Y. van Almelo

Appellanten zijn, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Wintjes.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Bij besluit van 25 april 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 juni 2017

(bestreden besluit), heeft het college de aan appellanten verleende bijstand naar de norm voor gehuwden met ingang van 1 mei 2017 gewijzigd en bijstand verleend met toepassing van de kostendelersnorm. Daarbij is het college uitgegaan van drie medebewoners, omdat de zoon van appellanten op 1 mei 2017 21 jaar is geworden en geen studiefinanciering ontvangt.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellanten tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

In geschil is nog de periode van 1 mei 2017 tot 1 augustus 2017, omdat appellanten vanaf 1 augustus 2017 weer bijstand naar de gehuwdennorm ontvangen.

De grond die appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd is een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die grond ingegaan. De rechtbank heeft daarbij terecht geoordeeld dat de Participatiewet ervan uitgaat dat indien kosten gedeeld kunnen worden, de kostendelersnorm van toepassing is. Daarvoor is niet relevant of de kosten feitelijk worden gedeeld of dat de zoon van appellanten daadwerkelijk in de kosten bijdraagt. Dat betekent dat het college, anders dan appellanten betogen, niet had hoeven wachten met besluitvorming tot op de aanvraag om bijstand van de zoon was beslist. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) O.L.H.W.I. Korte

md