Socialezekerheidsrecht

Omdat het intrekkingsbesluit niet op de aangegeven verzenddatum op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, is…

Centrale Raad van Beroep, 9 april 2019

Zaakgegevens

Op 9 april 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
9 april 2019
Datum publicatie
25 april 2019
Zaaknummer
18-1701 PW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:1414
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Omdat het intrekkingsbesluit niet op de aangegeven verzenddatum op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, is op die datum geen termijn gaan lopen voor betrokkene om bezwaar te maken. Bezwaar tegen het intrekkingsbesluit is ontvankelijk.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:RBROT:2017:8550
  2. Centrale Raad van Beroep · 9 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2019:1414

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

18 1701 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 november 2017 en 27 februari 2018, 17/2342 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard (college)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

Datum uitspraak: 9 april 2019

Zitting hebben:

O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en P.W. van Straalen en J.T.H. Zimmerman als leden.

Griffier: S.A. de Graaff.

Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.L. Silva. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. R.E. Gout de Kreek, advocaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

  • bevestigt de aangevallen uitspraak;

  • veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, zijnde € 501,-;

  • bepaalt dat van het college griffierecht wordt geheven van € 508,-.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Voor zover van belang heeft het college bij besluit van 2 maart 2017 (bestreden besluit) het bezwaar tegen het besluit van 20 juli 2016 tot intrekking van bijstand op grond van de Participatiewet (intrekkingsbesluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opdracht gegeven een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het intrekkingsbesluit is verzonden op de aangegeven verzenddatum, zodat de termijn voor het maken van bezwaar niet op die datum is gaan lopen.

Ook ter zitting heeft het college niet kunnen wijzen op feiten die erop wijzen dat het intrekkingsbesluit op die datum ter verzending is aangeboden aan PostNL. Omdat het intrekkingsbesluit dus niet op de aangegeven verzenddatum op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, is op die datum geen termijn gaan lopen voor betrokkene om bezwaar te maken.

Niet in geschil is dat het intrekkingsbesluit nadien alsnog op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt is. Pas toen is de termijn voor het maken van bezwaar gaan lopen. Evenmin is in geschil dat betrokkene binnen die termijn bezwaar tegen het intrekkingsbesluit heeft gemaakt. Dit betekent dat het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ontvankelijk is.

Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt, dat het college wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand en dat van het college griffierecht wordt geheven.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) S.A. de Graaff (getekend) O.L.H.W.I. Korte

lh