Socialezekerheidsrecht

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzoek om het eerder genomen besluit, waarbij WW-uitkering blijvend is…

Zaakgegevens

Op 29 mei 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29 mei 2019
Datum publicatie
28 juni 2019
Zaaknummer
17/6212 WW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:2105
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzoek om het eerder genomen besluit, waarbij WW-uitkering blijvend is geweigerd, voor het verleden te herzien, terecht afgewezen. Geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in art. 4:6, Awb. Evenmin is gebleken dat het besluit evident onredelijk is.

Uitspraak

Inhoudsopgave

17 6212 WW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 23 augustus 2017, 16/2994 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 29 mei 2019

Zitting heeft: mr. A.I. van der Kris.

Griffier: B. Dogan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2019. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Moszkowicz. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Bolier.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1.1.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het verzoek van 15 oktober 2013 aangemerkt als een verzoek om het besluit van 31 januari 2008, waarbij uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) blijvend is geweigerd, voor het verleden te herzien. Daarvan uitgaande heeft de rechtbank het toetsingskader in haar overweging 5 op de juiste wijze beschreven. De rechtbank heeft dit toetsingskader ook op de juiste wijze toegepast.

Appellant heeft geen rechtsmiddel aangewend tegen het besluit van 31 januari 2008. De medische stukken uit Turkije uit 2007 had appellant, als hij wel een rechtsmiddel had aangewend tegen het besluit van 31 januari 2008, in de desbetreffende procedure kunnen inbrengen. Dat appellant toen geen procedure heeft gevoerd komt voor zijn rekening en risico. Dit betekent dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

1.2.

Evenmin is gebleken dat het besluit van 31 januari 2008 evident onredelijk is.

2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd te (getekend) A.I. van der Kris

ondertekenen.

CVG