Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 januari 2019, zie ECLI:NL:CRVB:2019:216 voor…
Centrale Raad van Beroep, 23 januari 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:214 · Centrale Raad van Beroep · 23 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-214
Zaakgegevens
Op 23 januari 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2019
- Datum publicatie
- 23 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/419 ZW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:214
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 januari 2019, zie ECLI:NL:CRVB:2019:216 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
17/419 ZW-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 oktober 2018, 17/419 ZW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats 1] (appellante)
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[ex-werkneemster] te [woonplaats 2] (ex-werkneemster)
Datum uitspraak: 23 januari 2019
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door mr. C.J.M. de Wit, de gemachtigde van appellante, op te zijn gewezen, vastgesteld dat in de beslissing van de uitspraak van 4 oktober 2018, 17/419 ZW een onjuist bedrag aan te vergoeden griffierecht staat vermeld.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 26 november 2018 aan partijen meegedeeld.
Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 26 november 2018 gestelde termijn van twee weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie.
OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt de beslissing in de uitspraak van 4 oktober 2018,
17/419 ZW, als volgt.
In de beslissing staat vermeld:
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
De bepaling dient te luiden:
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 835,- vergoedt.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 4 oktober 2018 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en
D. Hardonk-Prins en H.O. Kerkmeester als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2019.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) R.L. Rijnen
md