Socialezekerheidsrecht
Intrekken en terugvorderen bijstand. Geen onrechtmatig onderzoek.
Centrale Raad van Beroep, 14 januari 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:243 · Centrale Raad van Beroep · 14 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-243
Zaakgegevens
Op 14 januari 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 januari 2019
- Datum publicatie
- 24 januari 2019
- Zaaknummer
- 17-3253 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:243
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekken en terugvorderen bijstand. Geen onrechtmatig onderzoek.
Uitspraak
17 3253 PW-PV, 17/3254 PW-PV, 17/3255 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 maart 2017, 16/4310, 16/6795, 16/7489 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Ede (college)
Datum uitspraak: 14 januari 2019
Zitting hebben: W.H. Bel, M. Hillen en M. ter Brugge
Griffier: E. Stumpel
Ter zitting is appellant verschenen, bijgestaan door mr. M.G.M. Frerix. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Klok en H.J.A. Eek-Smeenk.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Het college heeft terecht de bijstand van appellant met ingang van 15 december 2015 ingetrokken op de grond dat hij na eerdere opschorting geen gehoor heeft gegeven aan de geboden herstelmogelijkheid om in een gesprek op 22 december 2015 een toelichting te geven op zijn financiële situatie. Voorts heeft het college terecht de bijstand van appellant over de periode van 1 september 2013 tot en met 14 december 2015 ingetrokken op de grond dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden als gevolg waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Ten slotte heeft het college terecht de ten onrechte verleende bijstand over de periode van 1 september 2013 tot en met 30 september 2015 tot een bedrag van € 37.633,59 van appellant teruggevorderd.
2. Appellant heeft aangevoerd dat het aan de besluitvorming ten grondslag liggende onderzoek onrechtmatig is, omdat dit was gebaseerd op een politietip. Deze beroepsgrond slaagt niet. Op grond van artikel 53a, zesde lid, van de Participatiewet heeft het college te allen tijde de bevoegdheid onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zo nodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van de bijstand. Het enkele feit dat de aanleiding tot het onderzoek een melding van de politie was, waarvan appellant stelt dat die voortkomt uit onrechtmatig onderzoek, doet aan die bevoegdheid niet af. Het beroep van appellant op een tweetal uitspraken van de Raad slaagt niet, omdat die uitspraken zien op de situatie dat sprake is van onrechtmatig onderzoek door het bestuursorgaan. Dat is hier niet aan de orde.
3. Het hoger beroep slaagt niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
E. Stumpel W.H. Bel
md