Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019, zie ECLI:NL:CRVB:2019:2686 voor de…
ECLI:NL:CRVB:2019:2687 · Centrale Raad van Beroep · 3 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-2687
Zaakgegevens
Op 3 juli 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2019
- Datum publicatie
- 12 augustus 2019
- Zaaknummer
- 17/2126 PW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:2687
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019, zie ECLI:NL:CRVB:2019:2686 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
Inhoudsopgave
17/2126 PW, 17/2127 PW-R
Datum uitspraak: 3 juli 2019
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019, 17/2126 PW en 17/2127 PW
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (college)
[betrokkene 1] (betrokkene 1) en [betrokkene 2] (betrokkene 2), beiden te [woonplaats]
PROCESVERLOOP
De Raad heeft bij brief van 9 mei 2019 aangegeven aan partijen dat is vastgesteld dat de uitspraak van 23 april 2019, 17/2126 PW en 17/2127 PW, een kennelijke fout bevat, met dien verstande dat ten onrechte geen proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling in de uitspraak is opgenomen.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat ten onterechte geen proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling in de beslissing van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019 is opgenomen.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde beslissing herstellen door de uitspraak van 23 april 2019 te rectificeren. Zodoende bepaalt de Raad dat het college wordt veroordeeld in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 1.024,- en dat van het college een griffierecht van € 501,- wordt geheven.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 23 april 2019 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld als voorzitter en P.W. van Straalen en
J.L. Boxum als leden, in tegenwoordigheid van S.A. de Graaff als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2019.
(getekend) M. Schoneveld
De griffier is verhinderd te ondertekenen
md