Socialezekerheidsrecht
Het bezwaar tegen de brief met voorlichting over de inhouding van de bestuursrechtelijke premie is…
ECLI:NL:CRVB:2019:3093 · Centrale Raad van Beroep · 17 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-3093
Zaakgegevens
Op 17 september 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2019
- Datum publicatie
- 26 september 2019
- Zaaknummer
- 18/891 WWB-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:3093
Samenvatting
Het bezwaar tegen de brief met voorlichting over de inhouding van de bestuursrechtelijke premie is niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit is in de zin van de Awb.
Uitspraak
Inhoudsopgave
18 891 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 december 2017, 15/5702 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp (college)
Datum uitspraak: 17 september 2019
Zitting heeft: A. Stehouwer, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: V.Y. van Almelo
Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
bevestigt de aangevallen uitspraak;
-
veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 33,43.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 12 januari 2015 van Zorginstituut Nederland inzake de inhouding van een bestuursrechtelijke premie ten bedrage van € 152,53 op haar bijstandsuitkering. Appellante heeft, veiligheidshalve, ook bezwaar gemaakt tegen de brief van het college van 6 februari 2015, waarin het college appellante heeft voorgelicht over de inhouding van de bestuursrechtelijke premie op haar bijstandsuitkering. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de termijn is ingediend. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De Raad is van oordeel dat de brief van 6 februari 2015 geen besluit is en dat het bezwaarschrift van appellante op die grond niet-ontvankelijk was. Met dit oordeel is appellante niet benadeeld, omdat de uitkomst van de besluitvorming daardoor niet gewijzigd is, maar het is wel aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 33,43 aan reiskosten in beroep en hoger beroep.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) A. Stehouwer