Socialezekerheidsrecht
Niet-ontvankelijk bezwaar in verband met het buiten termijn indienen van het bezwaarschrift.
Centrale Raad van Beroep, 17 september 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:3095 · Centrale Raad van Beroep · 17 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-3095
Zaakgegevens
Op 17 september 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2019
- Datum publicatie
- 26 september 2019
- Zaaknummer
- 18-845 WWB-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:3095
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk bezwaar in verband met het buiten termijn indienen van het bezwaarschrift.
Uitspraak
18 845 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 december 2017, 13/9910 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp (college)
Datum uitspraak: 17 september 2019
Zitting heeft: A. Stehouwer
Griffier: V.Y. van Almelo
Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep van appellante
niet-ontvankelijk is, omdat appellante het bezwaarschrift op 29 mei 2013 – en daarmee buiten de termijn – heeft afgegeven op het gemeentehuis. De rechtbank heeft overwogen dat de reden die appellante heeft aangevoerd voor de termijnoverschrijding, namelijk dat zij op 27 en
28 mei 2013 zittingen heeft bijgewoond van de Raad, niet maakt dat die overschrijding niet aan appellante kan worden toegerekend. In hoger beroep heeft appellante verder nog aangevoerd dat wanneer zij het bezwaarschrift per post aan het college had toegezonden, het bezwaarschrift wel tijdig zou zijn binnengekomen. Nog daargelaten wat daar van zij, die beroepsgrond slaagt niet, al om de enkele reden dat appellante het bezwaarschrift niet per post verzonden heeft.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) A. Stehouwer