Socialezekerheidsrecht
Geen aanleiding om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen.
ECLI:NL:CRVB:2019:3229 · Centrale Raad van Beroep · 1 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-3229
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2019
- Datum publicatie
- 11 oktober 2019
- Zaaknummer
- 19/554 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:3229
Samenvatting
Geen aanleiding om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
19 554 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 december 2018, 18/2129 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak: 1 oktober 2019
Zitting heeft: P.W. van Straalen, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: V.Y. van Almelo
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J. Biemond, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om de toekenning van bijstand. Het college heeft bijstand toegekend per 3 oktober 2017, zijnde de datum waarop appellant zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. Appellant wil dat bijstand wordt toegekend per 14 juni 2017.
De rechtbank heeft terecht overwogen dat in beginsel geen recht op bijstand bestaat over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
Het hoger beroep komt er op neer dat appellant stelt dat hij zich ook op 14 juni 2017 al had gemeld om bijstand aan te vragen. De daarop volgende aanvraag is buiten behandeling gesteld en appellant heeft daartegen weliswaar geen bezwaar gemaakt, maar dat was omdat hem telefonisch was medegedeeld dat dit geen zin zou hebben. Ook is hem medegedeeld dat het indienen van een nieuwe aanvraag geen zin zou hebben omdat hij stukken moest inleveren waarover hij niet kon beschikken. Daargelaten dat appellant zijn stelling met betrekking tot de aan hem gedane mededelingen niet heeft onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens, volgt uit die mededelingen niet dat hij is afgehouden van het indienen van een bezwaarschrift of een aanvraag om bijstand. Van bijzondere omstandigheden om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen is niet gebleken.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat in dat geval geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) P.W. van Straalen
sg