Socialezekerheidsrecht
Geen bijzondere omstandigheid voor bijstandsverlening voorafgaande aan aanvraag.
Centrale Raad van Beroep, 15 oktober 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:3303 · Centrale Raad van Beroep · 15 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-3303
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2019
- Datum publicatie
- 18 oktober 2019
- Zaaknummer
- 18/1787 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:3303
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen bijzondere omstandigheid voor bijstandsverlening voorafgaande aan aanvraag.
Uitspraak
18 1787 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018, 17/5850 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 15 oktober 2019
Zitting heeft: M. Hillen
Griffier: V.Y. van Almelo
Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft op 20 januari 2017 bijstand aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag bij besluit van 13 april 2017 met ingang van 20 januari 2017 toegekend. Bij besluit van 29 augustus 2017 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen de ingangsdatum ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen om af te wijken van het uitgangspunt dat geen bijstand wordt verleend voorafgaand aan de datum van aanvraag. Appellant heeft niet aan de hand van medische gegevens aangetoond dat hij als gevolg van zijn depressie en alcoholverslaving bij voortduring buiten staat is geweest tot adequate behartiging van zijn belangen, inclusief het aanvragen van bijstand, dan wel tot het inroepen van hulp van anderen bij het doen van een aanvraag. Dat appellant al eerdere aanvragen om bijstand heeft ingediend levert ook geen bijzondere omstandigheid op. Een eerdere aanvraag van 1 juni 2014 is ingetrokken en een aanvraag van 10 december 2014 is door het college buiten behandeling gesteld. Deze buiten behandelingstelling staat in rechte vast.
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt geen reden om de gemotiveerde weerlegging van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig te achten. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank, zoals hiervoor weergegeven, en in de overwegingen waarop dat oordeel berust. Appellant heeft ook in hoger beroep zijn stelling, dat hij als gevolg van zijn depressie en alcoholverslaving niet in staat is geweest om een uitkering aan te vragen dan wel hulp van anderen in te roepen bij het doen van een aanvraag, niet met medische gegevens onderbouwd. Dit betekent dat de bijstand terecht per 20 januari 2017 is toegekend.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) M. Hillen