Socialezekerheidsrecht
Opschorten en intrekken. Niet op oproepen verschenen.
Centrale Raad van Beroep, 12 november 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:3644 · Centrale Raad van Beroep · 12 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-3644
Zaakgegevens
Op 12 november 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 november 2019
- Datum publicatie
- 15 november 2019
- Zaaknummer
- 18/5283 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:3644
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opschorten en intrekken. Niet op oproepen verschenen.
Uitspraak
18 5283 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 augustus 2018, 18/1221 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 12 november 2019
Zitting hebben: A.M. Overbeeke als voorzitter, M.F. Wagner en J.T.H. Zimmerman als leden
Griffier: M. Buur
Partijen zijn niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In het kader van een heronderzoek heeft het college appellant uitgenodigd voor een gesprek op 9 oktober 2017 en hem daarbij verzocht om onder andere bankafschriften van de laatste drie maanden mee te nemen. Omdat appellant aan dit verzoek geen gehoor heeft gegeven, heeft het college bij besluit van 9 oktober 2017 (besluit 1) het recht op bijstand met ingang van die datum opgeschort. Bij dat besluit heeft het college appellant uitgenodigd voor een gesprek op 12 oktober 2017 en hem verzocht dan de stukken mee te nemen.
Appellant is op 12 oktober 2017 weer niet verschenen en heeft ook geen gegevens overgelegd. Het college heeft toen bij besluit van 13 oktober 2017 (besluit 2), de bijstand van appellant ingetrokken met ingang van 9 oktober 2017.
Bij besluit van 23 januari 2018 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren tegen de besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Niet in geschil is dat appellant niet is verschenen op de afspraken en de gevraagde gegevens niet tijdig heeft overgelegd. Tussen partijen is in geschil of appellant hiervan een verwijt kan worden gemaakt.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt. De omstandigheid dat de sleutel van zijn brievenbus in die periode per abuis door zijn dochter was meegenomen naar België, dient voor risico en rekening van appellant te blijven. Dat betekent dat appellant een verwijt kan worden gemaakt van het niet verschijnen en het niet tijdig overleggen van de gevraagde gegevens. Het college was bevoegd de bijstand van appellant per 9 oktober 2017 op te schorten en in te trekken. Dat appellant psychische klachten heeft, maakt niet dat het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) M. Buur (getekend) A.M. Overbeeke