Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Het verschuldigde griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald en dat…
Centrale Raad van Beroep, 15 november 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:3671 · Centrale Raad van Beroep · 15 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-3671
Zaakgegevens
Op 15 november 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2019
- Datum publicatie
- 19 november 2019
- Zaaknummer
- 18/4187 AOW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:3671
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond. Het verschuldigde griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.
Uitspraak
Datum uitspraak: 15 november 2019
18/4187 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 juni 2018, 17/7339 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht van 23 januari 2019 heeft de Raad het door verzoekster ingediende verzoek om herziening niet ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 oktober 2019. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 januari 2019 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.
Verzoekster heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Binnen de gestelde termijn, die eindigde op 5 oktober 2018, is door de Raad geen griffierecht ontvangen. Pas op
26 maart 2019 heeft de Raad het griffierecht ontvangen. Dat is (ruim) na afloop van de gestelde termijn.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 126,-) zal door de griffier van de Raad aan verzoekster worden terugbetaald.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 126,- door de griffier van de Centrale Raad van
Beroep aan verzoekster wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2019.
(getekend) C.H. Bangma
De griffier is verhinderd te ondertekenen.
md
DECISION
Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel)
- déclare l’opposition non fondée;
- décide que le droit de greffe de € 126,00 payé est remboursé à l’appelant par le greffier du
Centrale Raad van Beroep.
Ce verdict a été fait par C.H. Bangma en présence de J. Smolders en qualité de greffier.
La décision a été prononcée en public le 15 novembre 2019.