Socialezekerheidsrecht
Het oordeel van de rechtbank is juist. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien om te twijfelen aan de…
ECLI:NL:CRVB:2019:4250 · Centrale Raad van Beroep · 12 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-4250
Zaakgegevens
Op 12 december 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2019
- Datum publicatie
- 19 december 2019
- Zaaknummer
- 18/2275 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:4250
Samenvatting
Het oordeel van de rechtbank is juist. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze FML. Met het in hoger beroep ingebrachte standpunt van de huisarts is onvoldoende onderbouwd dat het oordeel onjuist is nu niet duidelijk is hoe de huisarts tot zijn conclusie komt. De eerder in de procedure ingebrachte medische informatie geeft hiertoe ook geen aanleiding. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de WIA-beoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:2258Centrale Raad van Beroep · 12 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2019:4250
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
18 2275 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018, 17/3739 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 12 december 2019
Zitting heeft: mr. T. Dompeling, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: E. de Jong
Ter zitting zijn verschenen: namens appellant mr. N. Desloover. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 7 juni 2017 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv appellant met ingang van 21 oktober 2016 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), berekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%.
Het oordeel van de rechtbank is juist. Het Uwv heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar de psychische en lichamelijk klachten van appellant. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 januari 2017 zijn hieraan voldoende beperkingen verbonden. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze FML. Appellant heeft met het in hoger beroep ingebrachte standpunt van de huisarts onvoldoende onderbouwd dat dit oordeel onjuist is nu niet duidelijk is hoe de huisarts tot zijn conclusie komt. De eerder in de procedure ingebrachte medische informatie geeft hiertoe ook geen aanleiding.
Omdat de daarvoor benodigde twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt, bestaat geen aanleiding over te gaan tot inschakeling van een deskundige.
De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de WIA-beoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.
Nu het hoger beroep niet slaagt bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E. Diele (getekend) mr. T. Dompeling