Socialezekerheidsrecht
Afgewezen aanvraag. Recht niet vast te stellen. Onvoldoende informatie ingeleverd.
Centrale Raad van Beroep, 29 januari 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:438 · Centrale Raad van Beroep · 29 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2019-438
Zaakgegevens
Op 29 januari 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2019
- Datum publicatie
- 13 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/5609 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:438
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afgewezen aanvraag. Recht niet vast te stellen. Onvoldoende informatie ingeleverd.
Uitspraak
17 5609 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2017, 16/2673 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van wethouders (college)
Datum uitspraak: 29 januari 2019
Zitting heeft: M. Schoneveld
Griffier: J.M.M. van Dalen
Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende
overwegingen.
Appellant heeft zich op 27 juli 2015 gemeld om bijstand aan te vragen. In geschil is de
afwijzing door het college van de aanvraag van appellant om bijstand bij besluit van
25 september 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 februari 2016 (bestreden
besluit). Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat appellant niet alle door het college
verzochte informatie heeft verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden
vastgesteld. Het gaat daarbij om afschriften van bankrekeningen, verklaringen over stortingen
en bijschrijvingen op zijn bankrekeningen, een verklaring over de wijze waarop hij in zijn
levensonderhoud heeft voorzien en financiële informatie over de door hem gedreven
ondernemingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit
ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak - samengevat -
overwogen dat appellant de door het college verzochte informatie niet heeft verstrekt en dat
deze informatie over de financiële situatie van appellant essentieel is om het recht op bijstand
te kunnen vaststellen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel
berust. Hij voegt daaraan nog toe dat het college bij het bestreden besluit terecht heeft
vastgesteld dat met wat appellant wel heeft ingeleverd, hij er niet in is geslaagd de
geldstromen inzichtelijk te maken. De beroepsgrond dat appellant voldoende informatie heeft
verstrekt om het recht op bijstand te kunnen vaststellen, zij het niet alle gevraagde informatie,
slaagt dan ook niet. De stelling van appellant dat hij door lichamelijke en psychische
klachten niet in staat is om in zijn levensonderhoud te voorzien, wat daarvan verder ook zij,
leidt niet tot een ander oordeel.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) M. Schoneveld
sg