Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2020:130 · Centrale Raad van Beroep · 22 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-130
Zaakgegevens
Op 22 januari 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 januari 2020
- Datum publicatie
- 22 januari 2020
- Zaaknummer
- 19/4320 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:130
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Datum uitspraak: 22 januari 2020
19/4320 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2019, 18/7219 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Nador, Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 16 augustus 2019 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 17 oktober 2019 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 11 oktober 2019 ter post bezorgd.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 1 november 2019 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellante heeft daarop bij brief van 29 november 2019 geantwoord dat zij invalide is en onder medische behandeling staat.
Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In dat verband wordt overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat appellante onder de door haar aangevoerde omstandigheden gedurende de hoger beroepstermijn niet in staat was, om al dan niet met hulp van derden, een voorlopig hoger beroepschrift in te dienen tegen de aangevallen uitspraak van 15 augustus 2019.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade , in tegenwoordigheid van
R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2020.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) R.I.S. van Haaren
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.