Socialezekerheidsrecht
Appellant krijgt vanaf 1 juli 2018 geen toeslag meer op zijn ouderdomspensioen, omdat zijn echtgenote op 1…
Centrale Raad van Beroep, 20 juli 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:1542 · Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-1542
Zaakgegevens
Op 20 juli 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2020
- Datum publicatie
- 21 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/2212 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:1542
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appellant krijgt vanaf 1 juli 2018 geen toeslag meer op zijn ouderdomspensioen, omdat zijn echtgenote op 1 juli 2018 de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar bereikt.
Uitspraak
19/2212 AOW
Datum uitspraak: 20 juli 2020
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 april 2019, 18/5213 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Appellant is geboren [in] 1941 en woont met zijn echtgenote, die is geboren [in] 1952, in Marokko. Aan appellant is met ingang van juli 2006 op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) een ouderdomspensioen toegekend. Verder is aan appellant met ingang van juli 2006 op grond van de AOW een toeslag op zijn ouderdomspensioen toegekend, omdat zijn echtgenote destijds de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt.
Bij besluit van 20 april 2018 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat hij vanaf 1 juli 2018 geen toeslag op zijn ouderdomspensioen meer krijgt, omdat zijn echtgenote op 1 juli 2018 de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar bereikt.
Het door appellant tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 17 juli 2018 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond geacht.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is door partijen herhaald wat al eerder aangevoerd was.
4. De Raad onderschrijft wat de rechtbank bij de aangevallen uitspraak heeft overwogen. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de AOW heeft appellant vanaf 1 juli 2018 geen recht meer op een toeslag op zijn ouderdomspensioen. De aangevallen uitspraak moet dus worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van L.E. König als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2020.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) L.E. König