Socialezekerheidsrecht
Terecht geweigerd om appellant in aanmerking te brengen voor een AOW-ouderdomspensioen, omdat niet is…
Centrale Raad van Beroep, 11 september 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:2172 · Centrale Raad van Beroep · 11 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-2172
Zaakgegevens
Op 11 september 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 september 2020
- Datum publicatie
- 15 september 2020
- Zaaknummer
- 19/4317 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:2172
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Terecht geweigerd om appellant in aanmerking te brengen voor een AOW-ouderdomspensioen, omdat niet is gebleken dat appellant verzekerd is geweest voor de AOW. Aan de hand van de weinige gegevens die appellant heeft verstrekt kan niet worden vastgesteld dat appellant gedurende tenminste één kalenderjaar in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 11 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2020:2172
Hoge Raad · 28 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:800Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
19 4317 AOW
Datum uitspraak: 11 september 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 september 2019, 19/451 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Appellant, geboren in 1953, heeft de Svb verzocht om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Daarbij heeft appellant te kennen gegeven dat hij tussen 1979 en 1986 in Nederland heeft gewoond en daar heeft gewerkt in de landbouw.
Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft de Svb geweigerd om appellant in aanmerking te brengen voor een ouderdomspensioen op grond van de AOW, omdat niet is gebleken dat hij verzekerd is geweest voor de AOW. Het bezwaar van appellant hiertegen is bij besluit van 21 december 2018 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond geacht.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat – kort weergegeven – de Svb toereikend onderzoek heeft verricht en dat niet aannemelijk is geworden dat appellant gedurende tenminste één kalenderjaar in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest.
In hoger beroep heeft appellant evenals in beroep gesteld dat hij wel degelijk in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe bewijsstukken overgelegd.
De Raad onderschrijft wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. Aan de hand van de weinige gegevens die appellant heeft verstrekt kan niet worden vastgesteld dat appellant gedurende tenminste één kalenderjaar in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest.
4. Uit punt 3.2 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van M. Buur als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2020.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) M. Buur
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par A. van Gijzen en présence de M. Buur en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 11 septembre 2020.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas:
Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.