Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de Raad van 14-10-2020, zie ECLI:NL:CRVB:2020:2461 voor de gerectificeerde tekst.
ECLI:NL:CRVB:2020:2462 · Centrale Raad van Beroep · 14 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-2462
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2020
- Datum publicatie
- 13 oktober 2020
- Zaaknummer
- 17/3622 WIA-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:2462
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de Raad van 14-10-2020, zie ECLI:NL:CRVB:2020:2461 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
Inhoudsopgave
17/3622 WIA-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 20 juli 2020, 17/3622 WIA
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid) (Staat)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door mr. A.A. Bouwman, gemachtigde van appellant op te zijn gewezen, vastgesteld dat zijn uitspraak van 20 juli 2020 een kennelijke fout bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen tot rectificatie van de uitspraak. Partijen hebben geen reactie ingezonden.
OVERWEGINGEN
1. Met de uitspraak van 20 juli 2020 is ten onrechte geen beslissing gegeven over de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2. De Raad wijzigt zijn uitspraak van 20 juli 2020 als volgt.
Aan het onderdeel PROCESVERLOOP wordt toegevoegd:
De Raad heeft de Staat als partij aangemerkt.
Aan het onderdeel OVERWEGINGEN wordt toegevoegd:
De procedure heeft vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift van appellant door het Uwv tot aan de datum van deze uitspraak meer dan vier jaar geduurd. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is met zes maanden en een dag overschreden. De overschrijding is volledig aan de rechter toe te rekenen. Aan appellant komt een schadevergoeding toe van € 1.000,- ten laste van de Staat.
6. Er wordt aanleiding gezien de Staat te veroordelen in de kosten die appellante in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft moeten maken, tot een totaal bedrag van € 262,50 (verzoekschrift schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, wegingsfactor 0,5).
In het onderdeel BESLISSING wordt “wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af” vervangen door:
- wijst het verzoek om veroordeling van het Uwv tot vergoeding van schade af.
Aan het onderdeel BESLISSING wordt toegevoegd:
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1000,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 262,50.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 20 juli 2020 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2020.
(getekend) A.T. de Kwaasteniet
(getekend) R.L. Rijnen