Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag omdat appellant niet heeft aangetoond zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres te hebben…
Centrale Raad van Beroep, 17 november 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:2998 · Centrale Raad van Beroep · 17 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-2998
Zaakgegevens
Op 17 november 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2020
- Datum publicatie
- 1 december 2020
- Zaaknummer
- 19/4023 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:2998
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag omdat appellant niet heeft aangetoond zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres te hebben waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Uitspraak
19 4023 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 augustus 2019, 19/1712 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Schiedam (college)
Datum uitspraak: 17 november 2020
Zitting heeft: A.J. Schaap
Griffier: M. Buur
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. A.M. van Marrewijk.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Op 20 augustus 2018 heeft appellant een aanvraag om bijstand gedaan naar de norm voor een alleenstaande, met als gewenste ingangsdatum 1 juni 2018. Op het aanvraagformulier heeft appellant als verblijfadres het woonadres van zijn ouders vermeld. Bij besluit van
26 september 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 maart 2019 (bestreden besluit) heeft het college de aanvraag om bijstand van appellant afgewezen. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat appellant niet heeft aangetoond zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres te hebben waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de rechtsoverwegingen 4.1, 4.2 en 4.3 gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Buur (getekend) A.J. Schaap